Waarom een politiedrone boven Salland de doodsteek kan worden voor paragliders
- Erik de Vlieger

- 30 dec 2025
- 3 minuten om te lezen
Bron AD, 30-12-25

Paraglider Reinier de Blois vliegt graag boven Nederland. Maar het luchtruim waar hij mag komen, wordt steeds kleiner.
Als Reinier de Blois boven de Sallandse Heuvelrug zweeft, voelt hij zich zo vrij als een vogel. Hij moet er niet aan denken dat een groot deel van dit luchtruim verboden dat te gebeuren door een proef met een
politiedrone. „Het kan de doodsteek voor onze sport worden.”
Luchtsporters in Overijssel luiden de noodklok. Een gepland experiment met een onbemand vliegtuigje van de politie dreigt hun activiteiten onmogelijk te maken. Als het luchtruim boven de Salland en Twente op slot gaat vrezen de vliegscholen en vereningingen voor hun bestaan.
Nieuw testgebied.
De politie wil onderzoeken of een drone zelfstandig naar noodsituaties kan vliegen.
Om botsingen te voorkomen, mag ander vliegverkeer een jaar lang niet in een specifiek gebied bij Nijverdal komen. Dit verbod geldt voor een hoogte van tussen de 90 en 150 meter.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat positief tegenover het plan. Het verzamelt nu reacties. De politie benadrukt dat de proef levens kan redden. Een drone is bij een melding namelijk vaak veel sneller ter plaatse dan agenten in een auto.
Grote zorgen bij sporters
Reinier de Blois is bestuurslid van Skyline Twente, een vliegclub voor paragliders en deltavliegers. Hij maakt zich ernstige zorgen over de plannen. Zijn vereniging telt vijfenveertig leden die in Hardenberg de lucht in gaan. Een lier trekt ze tot een hoogte van 500 tot 1000 meter en dan koppelen ze los.
„Op een goede dag stijg ik op in Hardenberg en land ik thuis in Soesterberg”, vertelt De Blois. Het testgebied boven de Sallandse Heuvelrug is cruciaal voor deze tocht. De warme luchtstroom, ook wel thermiek genoemd, is daar ideaal om lang te kunnen blijven vliegen. „Het is vanwege die thermiek geliefd”, zegt hij.
Gevaarlijke situaties
Paragliders vliegen zonder motor en zijn volledig afhankelijk van de wind en de thermiek. Ze kunnen niet op commando stilhangen of snel uitwijken voor een politiedrone. Volgens De Blois is een botsing op de geplande testhoogte levensgevaarlijk, maar de kans erop heel erg klein.
„We hebben een reserveparachute”, zegt hij. „Maar bij deze hoogte is er te weinig tijd om open te gaan.” Ook noodlandingen worden problematisch. Als piloten onverwacht moeten dalen, komen ze dwars door de verboden luchtlaag heen. „We vliegen liever hoger dan 150 meter, maar kunnen dat niet garanderen.”
Faillissementen dreigen
Niet alleen hobbyisten zijn de dupe. Bedrijven die vanuit de lucht leidingen controleren en lokale vliegscholen vrezen faillissementen. Ook zij slaan alarm bij het ministerie. Als zij een jaar lang niet kunnen vliegen, drogen hun inkomsten direct op. Zij noemen de maatregel buiten proporties.
Oplossingen mogelijk
Tegenstanders begrijpen dat de politie wil vernieuwen. Ze vinden een volledig slot echter te ver gaan. Ze pleiten voor technische oplossingen. Volgens De Blois is er al apparatuur in ontwikkeling waardoor drones en vliegers elkaar tijdig kunnen zien.
Hij vindt dat die techniek in de test moet worden meegenomen. Zonder dit soort oplossingen vreest hij het ergste. „Het kan de doodsteek voor onze sport worden”, zegt De Blois. „Dan moeten we maar in Duitsland vliegen. Maar vliegen boven Nederland is erg mooi.”
Angst voor toekomst
Experts kijken met spanning naar de uitkomst. De website Dronewatch waarschuwt dat dit een eerste stap kan zijn. Als de politie hier haar zin krijgt, volgen mogelijk vliegverboden in de rest van Nederland. Ook De Blois is daar bang voor. Daar komt nog eens bij dat het ministerie van Defensie veel meer ruimte claimt voor het oefenen van laagvliegen.
De ruimte voor de enkele honderden paragliders die Nederland telt, wordt zo steeds minder. „De Sallandse Heuvelrug is een van de plekken waar we nog de vrijheid hebben”, zegt De Blois.
Het ministerie neemt eind januari een definitief besluit over de proef. De politie hoopt in het voorjaar te kunnen beginnen.




